VNG Magazine december 2025 - Flipbook - 31
Dakloosheid
nemen. Dat is heel bijzonder en ik ben er ook zeer
dankbaar voor. Al heb je natuurlijk nooit rust als je in
andere huishoudens verblijft.’
Diverse groep
De afgelopen jaren hebben emmers met tranen
gekost. Maar er is ook altijd weer veerkracht. Zo is
De Graaf betrokken bij de Verandergroep Woonregels, die er alles aan doet om ook de verborgen
dakloosheid (mensen die bij kennissen, in de auto
of op een vakantiepark overnachten) in Dordrecht op de
politieke agenda te krijgen. De
eerste successen zijn daar. Er
komt een experiment waarbij
jaarlijks vijftig woningen worden vrijgemaakt voor dakloze
mensen die geen gebruikmaken van de opvang, bijvoorbeeld omdat er kinderen in het
spel zijn. En de gemeente heeft zich aangemeld
voor de volgende ETHOS-telling, om inzicht te
krijgen in de omvang van de groep. Dat is een jaarlijkse analyse van de Hogeschool Utrecht en het
Kansfonds, op basis van tellingen die lokale (maatschappelijke) organisaties doen. De derde telling
werd in oktober gepubliceerd en leverde een aantal
op van bijna 29.000 dakloze mensen, in 57 deelnemende gemeenten. En wat elke keer opnieuw
blijkt: de groep is heel divers. ‘Mannen, vrouwen en
kinderen van alle leeftijden en met verschillende
achtergronden’, zegt onderzoeker Gercoline van
Beek. ‘Dat blijft opvallen.’
Wonen Eerst
In de huidige situatie maakt het nogal een verschil
waar je vandaan komt. Had Corine de Graaf in
’s-Hertogenbosch gewoond, zou het zo maar kunnen zijn dat ze al verder was geweest. Die gemeente
geldt als landelijk koploper in dakloosheidsbestrijding en deed samen met de regio mee aan de eerste ETHOS-telling. Een van de gemeenten die het
goede voorbeeld wil volgen, is Haarlem. In een
regionaal actieplan met corporaties, maatschappelijke organisaties en buurgemeenten is het streefdoel
vastgelegd om binnen drie
maanden huisvesting te
regelen voor dakloze mensen
die in aanmerking komen voor
maatschappelijke opvang en in
staat zijn zelfstandig te wonen:
het Wonen Eerst-principe.
Het idee heerste
dat kleinere
gemeenten geen
zorgprobleem
hadden
Mooie initiatieven
Voor veel gemeenten geven de cijfers aanleiding
voor nieuw beleid. Doorgaans in samenwerking met
de regio, zegt Van Beek. ‘Aan het aantal regio’s dat
zich aanmeldt, merken we hoe het onderwerp de
laatste jaren is gaan leven. Verantwoordelijke wethouders zien het belang in van betrouwbare cijfers.
Lang heerste het idee dat kleinere gemeenten geen
zorgprobleem hadden. Nu wordt erkend dat dakloosheid iedereen kan overkomen. Ook buiten de
grote stad kun je in een scheiding terechtkomen of
je baan verliezen waardoor je je huis uit moet.’
We hebben het dan over economische dakloosheid.
Links en rechts ziet Van Beek mooie initiatieven ontstaan voor de groep die dit overkomt. ‘Tiny houses
bijvoorbeeld, of het ombouwen van grotere panden.
In combinatie met preventie kun je zo een eind
komen. Tegelijk hebben we in Nederland natuurlijk
een structureel woonprobleem. Om dat op te lossen
en voldoende betaalbare woningen te krijgen, hebben we ook de landelijke overheid nodig.’
Gercoline van Beek
Diana van Loenen
In de oude situatie is een verblijf van twee tot vier
jaar in de opvang geen uitzondering. Dat heeft
nogal wat consequenties, vertelt verantwoordelijk
wethouder in Haarlem Diana van Loenen. ‘Het
draagt niet bij aan het herstel van mensen. Er is
onzekerheid, de onrust om je heen doet ook geen
goed. En het systeem is ook nog eens duur. Bij
wijze van proef hebben we dit jaar een start
gemaakt met tien huishoudens, met in totaal zeven
kinderen. We hebben ze gemiddeld binnen 84
dagen kunnen plaatsen. Vier huishoudens hebben
in die periode kort in de opvang gezeten, de andere
zes konden tijdelijk in hun eigen netwerk verblijven.
Dat laatste is ook makkelijker als je weet dat de
oplossing nabij is.’
Beeld: Mila van Egmond, Mediatheek Rijksoverheid
DECEMBER 2025 | 31