VNG Magazine februari 2026 - Flipbook - 22
Als dorpen moeten wijken
hebben hun de ruimte gegeven om het plan beter te
maken, om ook hun belangen te integreren. En het
eindresultaat is prachtig geworden. Bij ruimtelijke
projecten is één plus één vaak drie. Je hebt meer
geld, krijgt betere plannen, benut ruimte beter.’
Oog voor de toekomst
Maar wat zijn dan precies de belangen in een gebied?
En hoeveel waarde moet je eraan toekennen? Vooral
die tweede vraag is ingewikkeld en hangt bovendien
sterk af van de lokale context. Ruimtelijk deskundige
Maessen ziet desondanks landelijk hetzelfde probleem terugkeren: toekomstige belangen zijn veel
moeilijker te verdedigen. ‘Een partij die verandering
wil staat altijd op achterstand.’
Belangen verenigen
Dat besef ontstond enkele jaren geleden bij
Dingemans. Toen viel het hem op dat veel nationale
en provinciale projecten hun ogen richtten op het
grondgebied van de gemeente Moerdijk. ‘Als die
projecten verspreid over de gemeente landen, heeft
dat grote gevolgen voor de leefbaarheid van al onze
dorpen.’ Samen met omringende gemeenten riep hij
het rijk op om de opgaven gezamenlijk en integraal
op te pakken. ‘Dan kon de impact beperkt worden.’
Hij had ook ‘nee’ kunnen zeggen. Nee, in Moerdijk
komt niets meer. ‘Maar dat gevecht win je niet. Nu
zaten we tenminste aan tafel, om de best mogelijke
oplossing voor onze inwoners uit te onderhandelen.
We zijn bereid om Powerport te steunen, maar daar
willen we wel wat voor terugzien. Een duidelijke, eerlijke en menselijke oplossing voor de inwoners van
Moerdijk. En middelen om de leefbaarheid en welvaart in de rest van de gemeente te vergroten.’
Beekmans herkent die aanpak. De plannen van
Ruimte voor de Rivier werden ook niet altijd
juichend onthaald in de regio. ‘De gemeente
Nijmegen was bijvoorbeeld fors tegen onze plannen. Maar op een gegeven moment maakten ze de
draai: als het moet, dan moet het ook goed. We
22 | VNG MAGAZINE
Hij geeft de landbouw in Nederland als voorbeeld.
‘Een absoluut heilig huisje. Het heeft een enorm
areaal en draagt relatief weinig bij aan het bbp. Als
we een paar procent van die grond beschikbaar stellen, kunnen we heel veel ruimtelijke opgaven een plek
geven. Maar het zijn de gevestigde belangen die van
zich laten horen bij bewonersavonden. Daarom zien
we bij veel woningbouwontwikkelingen nu initiatieven
om ook de toekomstige belangen een stem te
geven. Zodat het meer in balans komt.’
Pelzer deelt die opvatting. ‘Ook mensen buiten de
gemeente en latere generaties moeten meegewogen worden. Alleen daarom al is het ook goed dat
de Ontwerp-Nota Ruimte er nu is.’
De hoogleraar doet nog een suggestie. ‘Als de onzekerheid over de toekomst groot is, zoals nu, wees
dan voorzichtig met onomkeerbare ruimtelijke beslissingen. Het is verleidelijk voor wethouders om naar je
eigen termijn te kijken. Maar zeker bij dit soort ruimtelijke vraagstukken is het belangrijk om je af te vragen: wat heb ik over dertig jaar bereikt? Hoe meer
ruimte we nu de昀椀nitief vastleggen, hoe moeilijker het
over een paar decennia wordt om in te spelen op veranderende situaties en behoeften. Daarom is het bijvoorbeeld handig als je een woning om kunt bouwen
tot appartement. Door modulair of drijvend te bouwen zorgen we ervoor dat latere generaties niet
opscheept zitten met onze keuzes van nu.’
Voor de gemeente Moerdijk was de blik op de toekomst juist een van de redenen om – hoe pijnlijk ook
– een voorkeur uit te spreken voor het einde van het
gelijknamige dorp. Na het samenvoegen van de ruimtelijke opgaven bleven er namelijk nog maar twee
richtingen over voor Powerport regio Moerdijk. De
locatie oost, op de plek van Moerdijk en de locatie
zuidoost, tussen verschillende dorpskernen in.
Dingemans: ‘Voor ons is die tweede richting geen