VNG Magazine februari 2026 - Flipbook - 32
bijvoorbeeld het beperken van toegang tot dodelijke
middelen zijn elementen die je regionaal wilt vormgeven. De precieze invulling hangt af van de
gemeentelijke context. Dat is inhoudelijk sterker en
kostene昀케ciënter.’
Ton Coenen
Samenwerking vindt bijvoorbeeld al plaats met
scholen via het regionale programma Gezonde
School, dat zich breder richt op gezondheid en
waarin mentale gezondheid steeds meer aandacht
krijgt. Coenens advies is duidelijk: haak aan bij zulke
bestaande structuren bij het inrichten van lokaal suïcidepreventiebeleid. GGD’en kunnen hier op verzoek
van gemeenten een coördinerende rol in spelen.
Taboe doorbreken
In suïcidepreventie draait het uiteindelijk vaak om
het gesprek. Onder woorden brengen wat nauwelijks uitgesproken durft te worden. Hakkelend en
aarzelend vragen of iemand eraan denkt een einde
aan het leven te maken, vraagt moed. Het schuurt,
voelt spannend en ongemakkelijk, en wordt daarom
vaak vermeden.
Toch is de behoefte om erover
te praten groot, zag Ferrière al
tijdens een van de eerste wandelingen van Walk into the Light.
Een evenement waarbij nabestaanden, naasten en iedereen
die zich bij dit onderwerp betrokken voelt, kunnen stilstaan bij
suïcide. ‘Dat begon een aantal
jaar geleden met een groep van
ruim twintig mensen en is nu
uitgegroeid tot een heel groot evenement, waar
mensen hun behoefte om met elkaar te praten kunnen vervullen. Daar lopen oma’s en opa’s mee die
zich zorgen maken over hun kleinkind. Daar lopen
ouders die hun kind hebben verloren. Daar loopt
iemand mee wiens buurman of vriend suïcide
pleegde. Het is echt heel indrukwekkend.’
om dat gesprek aan te gaan’, vertelt Ferrière. ‘Vooral
het besef dat het oké is om heel direct te vragen:
‘Denk je wel eens aan suïcide?’ Veel mensen vinden
dat een enge vraag, terwijl de ontvanger die vaak
ervaart als een opluchting. Eindelijk mag hardop
gezegd worden wat al lang in het hoofd speelt. Het
stellen van die vraag brengt iemand niet op ideeën,
maar geeft juist ruimte.’
Trainingen op elk niveau
Suïcide bespreekbaar maken is een integraal onderdeel van preventie. Daarom moet het gesprek niet
alleen in huiskamers en spreekkamers gevoerd worden, maar op elk niveau. Kavelaars: ‘We vinden het
heel normaal om een EHBO-cursus te doen. Dat zou
net zo moeten zijn voor eerste hulp bij mentale problemen. Daarnaast is de gespreksvaardigheid
eigenlijk ook deel van goed voor jezelf zorgen.
Zodat jij er voor die anderen kan zijn, zonder dat het
ten koste van jou gaat.’
Trainingen zijn daarom essentieel. Bij 113 beginnen
die bij de online VraagMaar-training, bedoeld voor
iedereen die wil leren hoe je het
gesprek over suïcide aangaat.
Daarnaast zijn er gerichtere trainingen zoals de Gatekeepers-training, handig voor medewerkers
van gemeenten en GGD’en. Maar
ook voor het bedrijfsleven, zorginstellingen en schuldhulpverlening zijn er modules beschikbaar.
Kavelaars: ‘Iets wat wij vanuit
113 in de huidige landelijke
agenda hebben gerealiseerd, is
dat ook in opleidingen – bijvoorbeeld sociaal werk,
maar ook wetenschappelijke opleidingen zoals
psychologie – modules en materiaal beschikbaar
zijn om het gesprek over suïcide te kunnen voeren.
Dat zag je al bij de opleiding voor psychiaters, maar
voor bijvoorbeeld verpleegkundigen is dat nog nieuw.
Veel professionals komen met suïcide in aanraking,
maar hebben in hun basisopleiding niet de nodige
tools gekregen om hiermee om te gaan.’
Het is oké
om heel direct
te vragen:
‘Denk je wel
eens aan
suïcide?’
Voor Ferrière staat het belang van dat gesprek dan
ook buiten kijf. ‘Praten heeft twee kanten’, zegt ze.
‘Je hebt iemand nodig die de signalen herkent, het
gesprek durft aan te gaan en doorvraagt. Maar ook
iemand die zich veilig genoeg voelt om zijn verhaal
te delen.’
Die veilige omgeving ontstond ook tijdens de startbijeenkomst van het actienetwerk in Midden-Limburg. Inwoners, ervaringsdeskundigen, naasten en
ggz-professionals kregen de ruimte om hun verhalen te vertellen. ‘Die verhalen gaven het vertrouwen
32 | VNG MAGAZINE
Naast trainingen over het bespreekbaar maken van
suïcide kan ook verbinding en ervaringskennis helpen
om het thema beter te begrijpen. Daarbij is het belangrijk om oog te hebben voor verschillende risicodoelgroepen. Mannen van middelbare leeftijd in Nederland
vormen bijvoorbeeld ook een grote risicogroep.
Daarom organiseerde het actienetwerk in MiddenLimburg een tijd geleden samen met 113 een Man in
Mind-meet-up een avond waarop de verhalen centraal
stonden van Limburgse mannen van middelbare leef-