VNG Magazine mei 2026 - Flipbook - Page 16
Frida Katz – Liet zich niet de les lezen door
een dominee
‘Ze waren jong en oud. Hoog- en laagopgeleid.
Getrouwd of niet. Uit de elite, maar ook uit een
arbeidersmilieu. De eerste generatie vrouwen in de
Nederlandse politiek was, zeker regionaal, veel
diverser dan ik zelf voor mijn onderzoek had verwacht. Maar één eigenschap zal het gros van deze
vrouwen gemeen hebben gehad: ze stonden stevig
in hun schoenen. Anders redde je het niet in een
wereld waarin je – op z’n best – vol verwondering
werd aangekeken en – waarschijnlijk veel vaker –
werd beschimpt en tegengewerkt.
Van alle bijzondere vrouwen die ik in mijn onderzoek
ben tegengekomen, is Frida Katz toch wel een van
de onverzettelijkste. Zij haalde de Amsterdamse
gemeenteraad namelijk niet namens een liberale
partij, die veelal voorstander waren van verkiesbare
vrouwen. En ook niet namens
de sociaaldemocraten, die al
iets minder op hadden met
vrouwenemancipatie. Nee, ze
werd verkozen als lid van de
christelijke CHU. Terwijl confessionele partijen destijds, bijna
allemaal, mordicus tegen vrouwen in de politiek waren.
Een dominee herinnerde haar
ooit aan de tekst in 1 Korintiërs
die – volgens zijn interpretatie
– vrouwen verplichtte tot zwijgen in vergaderingen.
Maar Katz moet niet alleen een uitzonderlijk talent
hebben gehad om boven te komen drijven binnen de
CHU, ze beschikte ook over voldoende zelfvertrouwen. In tegenstelling tot de gemiddelde partijgenoot
liet ze zich niet de les lezen door een dominee. Haar
antwoord: ‘Je moet de grondslagen van de bijbel toepassen naargelang de tijd dat men leeft.’
Het doet me een beetje denken aan een discussie
van nu, over praktisch opgeleiden in de gemeenteraad. Of dit werk niet te ingewikkeld voor ze is
geworden.
Ik denk het niet. Je hebt alleen mensen nodig die ze
op weg helpen. Zoals Carry Pothuis-Smit dat destijds
deed voor vrouwen. De prominente SDAP-politicus –
Amsterdams gemeenteraadslid en eerste vrouw in de
Eerste Kamer – streed binnen haar partij voor de scholing van deze politieke nieuwkomers. In vrouwenclubs
zouden ze op een veilige manier de theorie en de praktijk van het ambt kunnen beoefenen.
Niet iedereen binnen de SDAP was hier enthousiast
over. Pothuis-Smit moest in haar missie voor politieke scholing niet alleen tegen veel mannelijke partijgenoten opboksen, maar ook tegen Suze Groeneweg,
die ándere bekende politica van het eerste uur. Groeneweg, de eerste vrouw in de
Tweede Kamer, moest namelijk
niets van vrouwenclubs hebben.
Één eigenschap
hadden ze gemeen:
deze vrouwen
stonden stevig
in hun schoenen
Ook honderd jaar later neemt nog niet elke partij in
Nederland de verkiesbaarheid van vrouwen serieus.
Het is aan de VNG, gemeenten en andere partijen
om zich sterk te maken voor dit wettelijke recht. We
kunnen wel wat van de kracht van Katz gebruiken.’
Carry PothuisSmit – Voorvechter van
politieke scholing
‘Hoe lees je een begroting? Hoe spreek je goed in het
openbaar? Welke ontwikkelingen zijn er in het
woningbouwbeleid? Honderd jaar geleden waren
zulke kwesties voor veel vrouwen grote struikelblokken voor een politieke carrière. Ze waren nu eenmaal
nooit in aanraking gekomen met zo’n begroting; hun
taak was het huishouden en de zorg voor hun gezin.
16 | VNG MAGAZINE
Pothuis-Smit kreeg toch haar zin.
En zo waren er wel meer landelijke
partijen die, overal in het land,
vrouwen aan de juiste kennis en
vaardigheden hielpen. En hen zo
de kans gaven om te bewijzen dat
ze waardige politici waren.’
Eiske ten BosHarkema – Haar tijd iets te
ver vooruit
‘Met de komst van vrouwen in de landelijke en
regionale politiek kwamen er ook al snel nieuwe
onderwerpen op de agenda. Onderwerpen die nooit
scherp op het netvlies van mannelijke politici hadden gestaan of hen gewoon minder interesseerden.
Betere betaling voor vroedvrouwen, betere huwelijks- en arbeidswetgeving. De komst van consultatiebureaus. Speelplaatsen voor kinderen in de vele
ellendige wijken.
Het vrouwelijke politieke perspectief had grote
gevolgen voor Nederland. Maar voor sommige thema’s was de tijd toch nog niet rijp. Toen wethouder
Eiske ten Bos-Harkema in ‘De Proletarische Vrouw’
schreef over het grensoverschrijdende gedrag van
een politieagent uit haar dorp, het Drentse Gasselte, kreeg zij zelf een gevangenisstraf van een
maand, vanwege smaad. Na haar vrijlating werd
ze onthaald door honderden dorpsgenoten en
sympathisanten. Maar in de gemeenteraad sprak
niemand erover. De agent behield zijn baan.
Hoe zou zo’n zaak tegenwoordig zijn gegaan, nu