VNG Magazine mei 2026 - Flipbook - Page 23
Veiligheid en bestuur
waardigheid naast elkaar leven. We laten ons hierbij
inspireren door de commissie-Roethof, die een
nieuwe beleidstheorie introduceerde om in de jaren
80 kleine criminaliteit tegen te gaan.’
laten herijken aan de realiteit van nu: een samenleving
waarin veiligheid niet langer langs één lijn loopt, maar
zich vertakt door jeugdzorg, woningmarkt, digitale
dreiging, mentale gezondheid, schulden en onderwijs.
Waar zou je dan concreet aan kunnen
denken?
De burgemeesters zien een bestel dat steeds meer
van zichzelf vraagt – meer instrumenten, meer ver昀椀jning, meer afhechting – maar waarin het lastig wordt
om nog te zien wat echt helpt. Juist daarom willen ze
het gesprek verleggen: van incident naar leefbaarheid,
van regels naar relaties.
Heerts: ‘Bijvoorbeeld boa’s uitwisselen tussen
gemeenten, gezamenlijke 昀椀nanciering van evenementen, gedeelde verantwoordelijkheid met
portefeuillehouders. Partners moeten kunnen vragen:
wat mogen we van het lokale bestuur verwachten en
wat mogen wij teruggeven? Alleen zo wordt de notitie
een impuls voor daadwerkelijke verandering.’
De voorgestelde omkering – van
repressie naar leefbaarheid – klinkt
aantrekkelijk, maar ook kwetsbaar.
Hoe voorkomt u dat deze beweging
wordt weggezet als naïef?
Mikkers: ‘Dat risico hou je. Het alternatief – verwachten dat repressie alles oplost – is wellicht ook
naïef. Veiligheid blijft een randvoorwaarde. Het is
juist een kwestie van balans:
leefbaarheid centraal, maar
met het systeem achter de
hand. Als burgemeester
spreken we vaak over ‘werken op twee benen’. Eén been
staat in het systeem: rechtsstaat, regels, instrumenten.
Het andere been staat in de
samenleving: als verbindende
昀椀guur, als burgervader of burgermoeder. Die balans kan
het beste voortdurend worden
afgewogen: soms normerend
optreden, soms verbinden,
altijd met de samenleving als
leidraad. We willen andere partners uitdagen hun rol
op deze manier in te vullen en elkaar op te zoeken
om samen oplossingen te vinden.’
Die beweging begint in de manier waarop bestuurders
naar hun gemeente kijken. Het vraagt dat raad en college samen durven kiezen voor lokale accenten. En
het vraagt dat gemeenten zichzelf zien als de plek
waar veiligheid daadwerkelijk gevoeld kan worden.
Voor veel gemeenten betekent dat het integraal
veiligheidsplan (eens in de vier jaar vastgesteld) een
te smal frame is geworden. Veiligheid begint veel
eerder: in de wijkindeling, in de sociale basis, in de
manier waarop jongerenwerk en onderwijs elkaar
vinden, in de vraag wie ergens
een sleutelrol heeft als het mis
dreigt te gaan. Dat vraagt om
het gesprek op collegeniveau,
maar net zo goed bij de raad,
bij maatschappelijke partners
en in de wijkteams.
De balans
tussen systeem en
samenleving moet
voortdurend worden
afgewogen: soms
normerend optreden,
soms verbinden, altijd
met de samenleving
als leidraad
Veiligheid begint vroeg
Onder al deze voorbeelden en re昀氀ecties komt één
grote vraag terug: waarvoor hebben we dit systeem
eigenlijk gebouwd? Het is een vraag die minder gaat
over wetten of regels en meer over bedoeling. Over het
verschil tussen wat een samenleving nodig heeft om
veilig te zijn en wat een systeem nodig heeft om zichzelf te rechtvaardigen.
In die spanning ontstaat de omkering waar het de
VNG-commissie om te doen is. Niet om het vertrouwde overboord te gooien, maar om het zich te
En wat betekent dat voor die
partners? Dat zij óók opnieuw
naar hun rol mogen kijken.
De politie die al werkt vanuit
community policing, maar dat
niet altijd kan waarmaken
door landelijke instructies.
Het OM dat zich richt op
‘zuivere veiligheid’ maar tegelijk ziet dat leefbaarheid overal tussendoor loopt. De zorginstelling die
merkt dat een meetbare doelstelling weinig zegt
over de vraag of iemand verder komt. Het buurtinitiatief dat verantwoordelijkheid wil nemen maar
nog niet altijd weet hoe.
Het begint bij eerlijkheid: wat kunnen we wel? Wat
kunnen we niet? En waar kunnen we elkaar versterken als we stoppen met doen alsof één partij het
hele probleem moet oplossen?
De notitie die in september op tafel komt, is geen
doel op zich. Het wordt een eerste uitnodiging: om
durf te tonen, om los te komen van risicore昀氀exen,
om het bredere gesprek te voeren over hoe we
MEI 2026 | 23