VNG Magazine mei 2026 - Flipbook - Page 37
W in de Wijk
voelden, dat we daar iets mee moesten. Tegelijkertijd
lieten ze weten behoefte te hebben aan ook weleens
met elkaar te kunnen zijn zonder hulpverleners.
Inmiddels horen we positievere geluiden. De rol van
ervaringsdeskundigen is daarbij groot. Hun aanwezigheid voelt vertrouwd. Nu durven onze cliënten
zich ook makkelijker aan te sluiten bij bijvoorbeeld
een sportclub in hun omgeving.’
Intermenselijk contact
De vraag wat W in de Wijk onderaan de streep
precies oplevert, is lastig te beantwoorden. Volgens Krottje is het effect niet te meten, mede
omdat er geen duidelijk meetbare doelstellingen
zijn. ‘Dat er niet meteen wordt weggekeken wanneer iemand met problemen binnenstapt, is al
heel belangrijk natuurlijk. Dan hebben we het over
intermenselijk contact, maar hoe verantwoord je
dat? Ik denk wel dat we dankzij W in de Wijk overbodige zorg voorkomen. Kwetsbare mensen
kunnen hun ei kwijt, waardoor we ze beter leren
kennen en hun hulpvraag veel duidelijker krijgen.
Voorheen stond iemand een hele tijd op de wachtlijst voor een bepaalde therapie, zonder dat duidelijk was of dat wel de juiste was. Nu kunnen we
veel gerichter helpen.’
Kracht van nabijheid
Van een gemeente vraagt dat, als financier, een
grote mate van vertrouwen in de zorg- en welzijnsprofessionals. Companjen: ‘En een duidelijke
visie op preventie en nazorg. Vaak komt iemand
pas in beeld wanneer hij overlast veroorzaakt. Een
sterke gemeenschap signaleert dingen vóórdat ze
uit de hand lopen. En is zo georganiseerd dat je
meteen de juiste mensen kunt bellen voor hulp.
De kracht van nabijheid, zeg maar. Moet iemand
toch een keer worden opgenomen, dan is een
goede thuiskomst van belang. Neem bijvoorbeeld
een man die met veel bombarie in een winkelstraat was meegenomen, vanwege een psychose.
Hij is daarna met een begeleider langs de ondernemers gegaan om te vertellen wat er was
gebeurd. Dat zorgt ervoor dat ze toch kunnen
blijven samenleven.’
Het ontbreken van keiharde doelen is daarbij juist
een sterk punt, denkt Adelmeijer. Niet elk uur hoeven te verantwoorden geeft haar de mogelijkheid
om ogen en oren de kost te geven. ‘Soms ga ik
gewoon in een buurthuis zitten om te zien wat daar
speelt. We noemen dat scharreltijd. Het levert waardevolle inzichten op. Het is mooi dat de gemeente
dat accepteert. Ze laat de uitvoering volledig aan de
professionals over.’
Voor die professionals is het van belang dat ze over
de grenzen van hun eigen organisatie heen kijken.
Hanasbei: ‘W in de Wijk werkt alleen omdat we ons
samen verantwoordelijk voelen. Zo kregen we een
dame die aangaf een maatje te zoeken om de wijk
beter te leren kennen. Een opbouwwerker koppelde
haar aan een vrijwilligster, maar die schrok zich rot
toen bij de eerste kennismaking de suïcidale
gedachten van de ander op tafel kwamen. Door er
een ggz-coach bij te betrekken, hebben we de vrijwilligster gerust kunnen stellen en is er toch goed
contact ontstaan. En inmiddels gaat het met de
kwetsbare dame zo goed dat ze zelf taalmaatje is
geworden in de wijk. Dit is maar een klein voorbeeld,
maar zo hebben we met onze aanpak al heel veel
mensen kunnen helpen.’
Voor meer informatie, kijk op www.w-indewijk.nl.
MEI 2026 | 37