VNG Magazine september 2026 - Flipbook - Page 19
Naoberschap
Uut elcke huijs des avents in den winter tot sess
uren ende in den sommer to acht uren een
mensche comen.
begrip beweegt mee. Ik herken het ook in het Friese
mienskip, de gemeenschapszin waarmee ikzelf
mee opgroeide.’
Deze regel, in oud en inmiddels moeilijk leesbaar
Nederlands, komt uit een document uit 1474 van een
boerenbuurschap. Het beschrijft een afspraak: bij een
sterfgeval moest uit elk huis iemand komen om
samen de overledene te bewaken. Het is een van de
oudste bewaard gebleven sporen van naoberschap:
het Nedersaksische woord voor ‘nabuurschap’.
Hofstede zoekt niet eens naar een woord. ‘Je voelt het
hier gewoon’, zegt ze. ‘Neem het bloemencorso van
Oost Gelre: achttien corsogroepen, in een kern van
nog geen elfduizend inwoners. Het op een na grootste
corso van Nederland. Iedereen heeft een rol en iedereen doet ertoe.’
Vanzelfsprekendheid
Wat toen haast plichtmatige regels waren rondom
burenhulp is in de loop van eeuwen losser en breder
geworden. Naoberschap staat tegenwoordig vooral
voor een gevoel: omzien naar elkaar, zonder dat daar
een uitgeschreven regel voor bestaat.
Dat gevoel heeft ook een praktische lading. Gemeenten hebben de afgelopen jaren veel taken erbij gekregen, zonder dat daar voldoende geld of capaciteit
tegenover stond. Daardoor kunnen ze niet altijd meer
volledig invullen wat nodig is. Inwoners die naar elkaar
omkijken, vangen daar soms iets van op: van de zorgvraag die een buur oplost voordat professionele hulp
nodig is tot het buurtinitiatief dat een taak overneemt
waar de gemeente niet meer aan toekomt. Dat roept
ook vragen op. Wie is voor wat verantwoordelijk? En
hoe stimuleer je als gemeente iets wat alleen werkt
als het initiatief vanuit inwoners zelf komt?
Het gaat om het benutten van de energie en innovatie
die al in bestaande gemeenschappen aanwezig is en
om gelijkwaardige samenwerking tussen die gemeenschappen en gemeenten. Niet toevallig trekt het VNG
Jaarcongres, dit jaar met het thema ‘We doen het
samen’ naar de Achterhoek, waar naoberschap en
lokale participatie diepgeworteld zijn. En we spraken
de burgemeesters van gastgemeenten Winterswijk
en Oost Gerle over hoe zij naoberschap ervaren en
faciliteren in hun gemeenten.
Naoberschap
Baukje Dijkstra en Gea Hofstede hebben iets gemeen.
Allebei werden ze dit voorjaar burgemeester: Dijkstra
in april in Winterswijk, Hofstede in maart in Oost Gelre.
Ook zijn ze allebei geen geboren Achterhoekers: Dijkstra komt uit Friesland, Hofstede uit de regio Arnhem.
En allebei stonden ze meteen midden in de voorbereidingen van het VNG Jaarcongres.
‘Ik ben geen purist’, begint Dijkstra. ‘Vroeger kende
naoberschap strikte regels: bij geboorte, huwelijk of
overlijden wist iedereen wat er van hem of haar
werd verwacht. Maar de tijd verandert en zo’n
Die houding is vanzelfsprekend in Winterswijk en Oost
Gelre. Als je gewend bent om niet af te wachten tot de
overheid iets oppakt, ligt het voor de hand dat je die
houding ook meeneemt naar grotere maatschappelijke vraagstukken, leggen zij beiden uit. Zo leidt die
mentaliteit niet alleen tot vrijwilligerswerk, maar ook
tot burgerinitiatieven en actieve lokale participatie,
zoals ook de verhalen verderop in dit artikel laten zien.
Ze laten ook zien dat wanneer de overheid actief meedoet, meedenkt en meefaciliteert, er sneller en beter
aansluiting ontstaat bij wat er lokaal speelt. Dat versterkt de democratie en vergroot het vertrouwen tussen overheid en samenleving.
Spin in het web
Maar meer initiatief vanuit de samenleving vraagt ook
om een andere rol van de gemeente. Niet alles zelf
organiseren, maar verbinden, ondersteunen en ruimte
maken voor ideeën die vanuit inwoners komen. ‘Een
gemeentelijke organisatie is maar een heel kleine spin
in het web’, zegt Hofstede. ‘Zorg dat je die spin in het
web blijft en dat je verbindt.’ Volgens haar moet de
gemeente zoveel mogelijk aansluiten bij wat inwoners
zelf aangeven. ‘Het is het allermooiste als wij als
gemeente mensen helpen om het zelf op te pakken.
En aan te sluiten op datgene waarvan inwoners zeggen: dit hebben we van jullie nodig.’
Ruimte en aandacht geven
Maar toch, wat kunnen gemeenten concreet doen om
burgerinitiatieven te stimuleren en ondersteunen? Dijkstra is er duidelijk over, alles begint bij waardering. Ze
noemt de manier waarop Winterswijk vrijwilligers in
het zonnetje zet. ‘De lokale media spelen ook een
belangrijke rol door er aandacht aan te besteden. Dat
helpt weer bij het aantrekken van vrijwilligers.’ Naast
de bekende koninklijke onderscheidingen kent de
gemeente daarom ook eigen onderscheidingen voor
vrijwilligers, die breed aandacht krijgen.
‘Maar het kost ook wat van je als gemeente om die
ruimte te geven aan je inwoners’, vertelt zij verder. Via
de gemeenteraad, bijvoorbeeld. Zo constateerde de
Baukje
Dijkstra
Gea
Hofstede
SEPTEMBER 2026 | 19