VNG Magazine september 2026 - Flipbook - Page 24
met twéé gangmakers te werken: valt de een weg,
dan valt niet meteen alles stil. En samen bereik je
meer bewoners.
‘Wij noemen onze straat een familie’, zegt Van
Rabenswaay. ‘Als er iemand geboren wordt, brengen
we een cadeautje. Als iemand overlijdt, zijn we er
voor elkaar. We organiseren straatfeesten, maken
samen schoon en eten vaak met elkaar.’ Nieuwe
bewoners worden meteen opgenomen. ‘Zodra ik
hoor dat er iemand komt wonen, ga ik kennismaken
en vertel ik wat we allemaal doen.’
© Hellen Kenneth.
De gemeente zag dat en besloot het te faciliteren.
Zo ontstond Opzoomer Mee, een stichting die bewonersinitiatieven ondersteunt in plaats van overneemt. En die volgorde – eerst bewoners, dan de
gemeente – is precies waarom inmiddels tweeduizend straten in Rotterdam ‘opzoomeren’ en het
fenomeen ook in andere steden opduikt.
Kleine gebaren
‘Wij nodigen bewoners uit om samen met hun straat
activiteiten te ondernemen’, vertelt Ireen van der
Lem, projectleider bij de stichting. ‘Het gaat altijd
om kleine gebaren: een schoonmaakpakket, een
welkomstpakket voor nieuwe buren of een kleine
昀椀nanciële bijdrage.’
Sommige van zulke gebaren begonnen ooit als – en
zijn nog steeds – een preventief middel. Rotterdam
zag al een tijdje dat ouderen langer thuis bleven
wonen. Maar toen iemand lang onopgemerkt overleden in haar woning lag, vroeg de toenmalige burgemeester zich af of zoiets voorkomen kan worden
als mensen meer naar hun buren omkijken.
Ireen van der
Lem
Opzoomer Mee riep daarop de Lief & Leedstraat in
het leven: alle straten ontvangen honderdvijftig euro
per straat per jaar met een startpakket van kaartjes,
lint en cadeaupapier voor bijvoorbeeld een bloemetje bij ziekte of een presentje bij een geboorte. ‘Als
je iets in je handen hebt, voel je je meer gelegitimeerd om aan te bellen’, legt Van der Lem uit. ‘Dat
verlaagt de drempel om contact te maken en om
later zelf ook iets te durven vragen.’
‘Wij zijn een familie’
Hellen van
Rabenswaay
24 | VNG MAGAZINE
Een van de mensen die dit dagelijks in de praktijk
brengt, is Hellen van Rabenswaay. Al dertig jaar zet
zij zich in voor haar straat en inmiddels is ze zogenaamde gangmaker van een Lief & Leedstraat.
Opzoomer Mee adviseert straten trouwens altijd om
Die openheid verbindt bewoners van alle leeftijden
en achtergronden. Van de studenten tegenover
Hellens huis die altijd willen bijspringen tot de
Turkse garagehouder die de buurt ‘straatvader’
noemt, omdat hij altijd klaarstaat om een kapotte
auto of een klusje in huis te 昀椀xen.
Verder dan de straat
Naast activiteiten op straatniveau ondersteunt
Opzoomer Mee ook de gemeentelijke regeling voor
buurtideeën. Bijvoorbeeld vrijwilligers die dikke gordijnen maken voor buurtgenoten in slecht geïsoleerde woningen, samen met kinderen koken met
eetbare planten uit de buurt of kunstexposities
opzetten om buren te leren kennen.
Volgens Van der Lem dragen zulke initiatieven ook
bij aan de weerbaarheid van buurten. Zo ontwikkelde Opzoomer Mee naar aanleiding van de landelijke campagne ‘Denk vooruit’ het straatspel ‘Mag ik
dan bij jou?’. Hierin inventariseren buren wat ze
elkaar kunnen bieden als de nood aan de man is:
een slaapplek, een koeltas, bepaalde vaardigheden.
Bewoners hangen het lijstje vaak aan de binnenkant
van hun meterkast.
Al zo’n zeventig Rotterdamse straten vroegen het
spel aan. Rotterdam telt ruim negenhonderd Lief &
Leedstraten. Inmiddels hebben ook 62 andere
gemeenten het concept overgenomen.
De VNG-handreiking ‘Overheidsparticipatie:
We doen het samen!’ biedt richtlijnen voor
gemeenten om deel te
nemen aan initiatieven
vanuit de samenleving.
Download de handreiking
via de QR-code.